Verkijk je niet op biobased materialen!

Sla een willekeurige krant open en de duurzaamheidsdoelstellingen vliegen je om de oren. We moeten naar een duurzame, circulaire, energieneutrale samenleving, en het liefst nog voor 2050. Ook de bouw en GWW moeten eraan geloven: minder CO2-uitstoot, slimmer materiaalgebruik en energiezuinig bouwen moet zorgen dat de doelstellingen gehaald gaan worden. Niet zelden wordt daarbij de toepassing van ‘biobased’ materialen genoemd als een duurzaam alternatief voor materialen als staal, plastic en zelfs asfalt. Immers, biomassa legt CO2 vast en is daarmee klimaatneutraal of zelfs ‘klimaatpositief’. Ligt hier dan de sleutel tot het behalen van al die doelstellingen?

Als we verschillende rekentools voor milieuprestaties, waaronder DuboCalc, mogen geloven wel. Daar wordt de CO2 die wordt vastgelegd tijdens het groeien van de plant direct als ‘negatieve emissie’ meegerekend. Dit heeft als gevolg dat biobased materialen vaak een zeer lage of zelfs negatieve milieudruk hebben, waarbij de vastlegging van CO2 compenseert voor de uitstoot tijdens de productie- en aanlegfase. Zo kan het zijn dat bij de toepassing van tropisch hardhout, bijvoorbeeld in een damwand, gerekend wordt met een uitstoot van -100 kilogram CO2-equivalenten (CO2e) per m3 hout. De werkelijke uitstoot tijdens het transport en de aanlegfase van 800 kilogram CO2e per m3 wordt dus gecompenseerd met het vastleggen van 900 kilogram CO2. Daarmee lijkt dit biobased materiaal een prachtig alternatief voor al die vervuilende materialen.

Hier verkijken we ons echter op. Het is inderdaad zo dat biomassa CO2 kan vastleggen, maar we kunnen pas echt van vastleggen spreken als deze CO2 voor een zeer lange tijd opgeslagen blijft. Dat heeft te maken het verschil tussen CO2 uit fossiele brandstoffen en CO2 uit biomassa. Fossiele brandstoffen zijn ontstaan door geologische processen gedurende miljoenen jaren, waarin biomassa onder grote druk is omgezet in steenkool, olie of gas. Dit noemen we daarom ‘lang-cyclische CO2’. Biomassa daarentegen groeit enkele tientallen jaren voordat het ofwel wordt verbrand, ofwel wegrot waarbij de koolstof deels in bodem en deels weer in de lucht terechtkomt. Dit heet dan ook ‘kort-cyclische CO2’. De koolstof uit de lange kringloop die we tegenwoordig in rap tempo de lucht in pompen wordt voorlopig niet weer omgezet in fossiele brandstoffen. Daarvoor moet het eerst worden opgenomen door planten, en via de bodem weer terechtkomen in de langdurige processen waarin fossiele brandstof wordt gevormd.

Om hetzelfde effect van langdurige vastlegging van koolstof in de bodem te bereiken door bomen te planten, moeten die bomen dus een toevoeging zijn aan de bestaande omvang van de biomassa: het bos moet uitbreiden. Als we biomassa uit de bestaande voorraad gebruiken in bijvoorbeeld biobased materialen is dat weliswaar klimaatneutraal, maar het veroorzaakt slechts een vertraging in de uitstoot van de opgenomen CO2. De CO2-uitstoot wordt wel direct gecompenseerd door opname door de biomassa, maar komt bij het einde van de levensduur van het product, maximaal 100 jaar later, alsnog vrij.

Bovendien mag de omvang van het nieuw geplante bos voor miljoenen jaren niet afnemen om vergelijkbaar te zijn met koolstofopslag in fossiele brandstoffen. Dat kunnen we natuurlijk nooit garanderen voor de bomen en bossen die we nu planten. Ook mag het planten van een duurzaam bos niet concurreren met andere noodzakelijke functies van landgebruik. Wanneer het planten van bos bijvoorbeeld ten koste gaat van landbouwgrond voor voedselproductie, zal elders op de wereld nieuwe landbouwgrond in gebruik worden genomen. Zo kan het gebeuren dat aangeplant bos in Nederland ten koste gaat van regenwoud in Indonesië. Dit effect noemen we indirecte verandering van landgebruik. Deze effecten zijn heel moeilijk in kaart te brengen omdat ze indirect via het economische systeem overal op de wereld kunnen optreden, en moeten daarom zoveel mogelijk worden vermeden.

Het is duidelijk dat compensatie van CO2-uitstoot door biomassa, en dus ook door toepassing van biobased materialen, geen écht duurzame oplossing is. Het feit dat deze suggestie wel gewekt wordt door rekentools als DuboCalc, maar ook door organisaties die bomencompensatie toepassen en CO2-uitstoot afkopen, is zorgelijk. Het doet lijken alsof CO2-uitstoot geen probleem is, omdat het toch gecompenseerd kan worden. Deze gedachte belemmert de transitie naar een duurzaam en fossiel-vrij energiesysteem. Daarom moeten we biomassa en biobased materiaal gaan behandelen voor wat het is: een in het gunstigste geval klimaatneutraal alternatief voor fossiele materialen, en niet een middel om van andere uitstoot af te komen. We moeten af van de roze bril waarmee we naar biobased materialen kijken, en blijven sturen op een echt duurzaam energiesysteem waarin geen compensatie nodig is. Daarin is zeker ruimte voor biobased materialen, maar dan wel op een eerlijke manier.

 

Over de auteur:

Wisse ten Bosch is LCA-adviseur in de groep CO2-Gestuurd Ontwerpen van ingenieursbureau Witteveen+Bos.

Geschreven door: Wisse ten Bosch op 04-06-2018

Log in om een reactie te plaatsen!


Reacties:

Er zijn nog geen reacties geplaatst.