Wie is het eerste schaap? Drie redenen voor aannemers om koploper te zijn in de elektrische GWW-revolutie

Door: Frederik Oudman

Met medewerking van Alex Bouthoorn, Bas Mentink en Gideon Konings

De elektrische revolutie lijkt niet meer te stoppen. Waar Tesla eerst nog een pionier was, groeit de markt voor elektrische auto’s steeds meer uit tot een volwaardige, concurrerende markt. Volgens McKinsey is de strijd om een volwaardige actieradius inmiddels gestreden en zal er vanaf nu vooral geconcurreerd worden om de euro’s. Daarmee begint een nieuwe fase in de ontwikkeling van de elektrische auto, waarbij de automarkt in een snel tempo op z’n kop zal worden gezet. Voorbeelden van deze verandering zijn er al volop. Zo staat Royal HaskoningDHV alleen nog maar nieuwe (full-) elektrische auto’s toe bij vernieuwing van het leasecontract.

Is de GWW-sector klaar voor de transformatie?
Het is onvermijdelijk dat de ontwikkeling richting elektrificatie zich uitbreidt naar andere sectoren. De GWW-sector is daarvoor een zeer geschikte kandidaat. Zowel aan de vraag- als aan de aanbodkant lijken alle seinen op groen te staan. In een in februari 2018 verschenen rapport, concludeert SGS Search dat elektrische werktuigen goedkoper, efficiënter en milieuvriendelijker (kunnen) zijn dan werktuigen met dieselmotor. Daarnaast is er een aantal externe drijfveren zoals de CO2-Prestatieladder en de MIA-VAMIL-subsidie waardoor inzet van elektrische werktuigen momenteel extra aantrekkelijk is. Ook de milieu-impact is enorm: In potentie is er zo’n 1,9 Mton CO2 en 11 kton NOx te besparen als alle (niet-landbouw) mobiele werktuigen vervangen zouden worden door zero emissie werktuigen. Die 1,9 Mton vertegenwoordigd zo’n 25% zijn van de totale CO2-reductieopgave voor de mobiliteitssector, zoals vastgelegd in het Klimaatakkoord. Het overschakelen op zero emissie zou dan ook een grote bijdrage leveren aan de Nederlandse milieu- en klimaatdoelstellingen.

Toch is er in de GWW-nog geen grootschalige beweging merkbaar richting een elektrisch werktuigenpark. Ondanks sectorinitiatieven zoals de Green Deal Duurzaam GWW 2.0 lijkt het erop dat aannemers conservatief blijven in hun investeringen in elektrificatie van hun materieel. Terwijl aannemers druk bezig zijn zich te profileren als duurzame organisaties blijft de grote vraag: wie is de eerste die het aandurft om échte verduurzaming te bereiken door over te stappen op een volledig elektrisch materieelpark? Voor nu is dat misschien nog een stap te ver, maar het wachten is op een partij die een statement durft te maken. Zo’n statement zou kunnen zijn: oprichting van een werkmaatschappij waarbinnen alle projecten volledig elektrisch – en dus zero emissie - worden uitgevoerd.

Om deze transitie een zetje in de rug te geven, geef ik drie redenen waarom het volgens mij voor aannemers lonend is om volop de elektrische revolutie in te duiken.

Reden 1: Zero emissie biedt nu al aanzienlijke voordelen bij het vergunningsprocedures

 

Wat betreft luchtkwaliteit ligt de grootste winst van inzet van elektrisch materieel bij de inzet in drukke (stedelijke) gebieden en in agrarische gebieden met intensieve veehouderij. In gebieden waar knelpunten optreden voor luchtkwaliteit loopt een plaatselijke overheid het risico daar (juridisch) op aangesproken te worden. Ook is aangetoond dat lokale blootstelling van PM10 en NO2 op leefniveau – dus bijvoorbeeld bij inzet van werktuigen langs drukke binnenstedelijke verkeersaders of in de buurt van woningen-  grote negatieve gezondheidseffecten kan opleveren. In een publiek debat waarin gezondheid een steeds prominentere plaats krijgt, is dat voor overheden een reden zijn om verder te kijken dan de wettelijke normen en aanvullende maatregelen te nemen om blootstelling te voorkomen. Vanuit dit oogpunt kan de inzet van elektrisch materieel binnen korte tijd de voorkeursoptie worden voor plaatselijke overheden waar knelpunten op het gebied van luchtkwaliteit bestaan.

Soort activiteit, omgeving en werktijdstip van invloed op impact geluidsreductie
Wat betreft geluid zit de grootste winst in de toepassing van de elektromotor als vervanging van de verbrandingsmotor (in de GWW is dat vaak diesel). In verhouding tot de verbrandingsmotor is de elektromotor aanzienlijk stiller. Vooral bij lagere rijsnelheden en bij het gebruik van een verhoogt toerental voor de aandrijving van de hydraulische systemen is de geluidbijdrage van de verbrandingsmotor relatief groot. Het toepassen van een elektrische aandrijving kan de geluidproductie van materieel verlagen en daardoor de geluidsoverlast naar de omgeving verminderen. Dit heeft met name voordelen bij werkzaamheden in de buurt van een gevoelige omgeving als een woonwijk, school, natuurgebied of ziekenhuis en bij werkzaamheden in de avond- en nachtperiode waarbij strengere geluidnormen van toepassing zijn.

Oplossing voor onvergunbare werkzaamheden in en bij natuurgebieden
Een ander milieuprobleem bij uitvoering van GWW-projecten is dat van stikstofdepositie in Natura2000-gebieden. Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) voorziet in een beperkte stikstof ‘ontwikkelingsruimte’ om nieuwe activiteiten mogelijk te maken waarbij stikstof wordt uitgestoten. De beschikbare hoeveelheid ontwikkelingsruimte loopt echter steeds verder terug, terwijl de economische activiteiten toenemen. Dit leidt ertoe dat de vergunbaarheid van GWW-werkzaamheden steeds verder beperkt wordt. Met name voor werkzaamheden direct in de buurt van gevoelige natuurgebieden is de situatie nu al kritisch en worden in een aantal gevallen al geen vergunningen meer uitgegeven. Inzet van elektrische werktuigen (zonder stikstofuitstoot) kan hier het verschil maken tussen het wel en niet kunnen uitvoeren van de werkzaamheden. De aannemer met elektrische mobiele werktuigen behaalt hier het voordeel ten opzichte van zijn concurrenten.

 

Reden 2: Zero emissie is de toekomstige vraag van opdrachtgevers

 

Eigenlijk behoeft deze reden weinig toelichting. In het licht van het Parijs-akkoord moeten grote reducties in het fossiele brandstofverbruik worden gerealiseerd om de CO2-uitstoot zodanig te beperken dat wereldwijde opwarming van het klimaat controleerbaar blijft. De GWW-sector kan er niet aan ontsnappen dat deze reducties óók in het gebruikte materieel zijn weerslag zullen gaan vinden. Zuinige motoren en efficiënter inzetten van materieel zijn mooie maatregelen, maar zullen onvoldoende aan de benodigde reducties bijdragen. De enige optie is het overschakelen op alternatieve technieken – met elektrische aandrijving als meest voor de hand liggende optie.

Opdrachtgevers onder druk om werk te maken van CO2-reductie
Opdrachtgevers – met name overheden- zullen vanuit deze achtergrond ook steeds meer gaan vragen om inzet van CO2-arm materieel bij de uitvoering van hun projecten. Niet alleen vanuit het oogpunt van maatschappelijke verantwoordelijkheid, maar omdat het een functionele eis is om aan hun eigen CO2-doelstellingen te kunnen voldoen. De recente rechtszaken van Milieudefensie en Urgenda tegen de Staat (resp. op het gebied van luchtkwaliteit en klimaat) laten zien dat het terugdringen van het gebruik van fossiele brandstoffen geen vrijblijvende overheidstaak is, maar een verplichting. Dat geeft overheden een aanleiding om bij aanbestedingen steeds specifiekere eisen te gaan stellen. De aannemer die hierop inspeelt en als eerste zero-emissie projectuitvoering kan bieden is hierbij enorm in het voordeel.

Reden 3: Inzet van elektrische werktuigen leidt tot waardevolle kennis over de bouwlogistiek van (over-)morgen

 

De derde reden om als aannemer in te zetten op elektrische werktuigen, is het opbouwen van kennis. Net als bij de introductie van elektrische auto’s spelen er bij grootschalige toepassing van elektrische werktuigen allerlei vragen over de ondersteunende infrastructuur. Vragen bij auto’s spelen zijn bijvoorbeeld: Hoe zorgen we dat elke auto aan elke laadpaal kan laden? Hoe voorkom je dat auto’s te lang aan een laadpaal gekoppeld zijn? Kun je elektrische auto’s gebruiken als lokale energieopslag? Ook bij inzet van elektrische werktuigen in GWW-projecten gaan dit soort vragen spelen. Om ze te beantwoorden moeten nieuwe, creatieve en innovatieve oplossingen gezocht worden.

Misschien zijn deze vragen voor elektrische werktuigen nog wel interessanter dan voor elektrisch rijden. Het antwoord zal gezocht moeten worden in samenhang met het antwoord op een andere vraag: hoe ziet de bouwplaats van de toekomst eruit? Een aannemer die ervaring opbouwt met elektrische werktuigen zal een beter beeld krijgen van de toekomstige bouwplaats. Hieronder noemen we een paar voorbeelden:

Laden van accu’s vraagt om andere bouwlogistieke oplossingen
Een nadeel van inzet van elektrische werktuigen is de lange laadduur van de accu’s. De laadtijd bedraagt een aantal uren, tegenover minuten bij het gebruiken van fossiele brandstoffen. Dit hoeft echter geen probleem te zijn als de bouwlogistiek hierop wordt aangepast. Het gebruik van modulaire accupacks is één van de mogelijke oplossingen. Modulaire accupacks kunnen worden uitgewisseld tussen verschillende machines, zodat altijd een set geladen accupacks op voorraad is op de bouwplaats.

Slim gebruik maken van beschikbare middenspanningsaansluitingen
Een tweede voorbeeld: Op dit moment is de beschikbaarheid van een middenspanningaanluiting een voorwaarde én beperking voor het gebruik van (zwaardere) elektrische werktuigen op projectlocaties. De kosten voor het realiseren van een lokale aansluiting worden in het SGS onderzoek geschat op 100.000 euro per projectlocatie. Maar er kunnen ook lokale oplossingen bedacht worden waarbij effectiever gebruik wordt gemaakt van al bestaande voorzieningen. Zo liggen in de spoorsector goede kansen om zo’n aansluiting goedkoper te realiseren, aangezien een groot deel van het Nederlandse spoornetwerk gevoed wordt met 10 kV (middenspanning) voedingskabels.

Combinatie van elektrificatie met autonomisering
Een laatste voorbeeld is de inzet van autonome werktuigen. Eerst digitaal ontwerpen en de bouwlogistiek plannen, om dit vervolgens direct te programmeren in autonoom opererende werktuigen. In de eerste instantie kunnen eenvoudigere taken autonoom worden uitgevoerd. Maar op termijn is het niet ondenkbaar dat een autonoom opererende combinatie van kleinere en grotere machines, printers en drones worden ingezet. Onder andere Heijmans laat zien dat zulke technieken minder ver weg zijn dan ze lijken. Elektrisch aangedreven machines en voertuigen zijn het ideale startpunt om ervaring op te bouwen met deze nieuwe manier van werken.

De kennis van de first mover is waardevoller dan die van de volger
Kennis opbouwen kan óók een risico kan zijn (veel investeren terwijl een ander er met de kennis vandoor gaat). Vanuit onze eigen ervaring als eerste grote adviesbureau in Nederland dat is overgestapt op een 100% elektrisch leasewagenpark zien dit risico in de praktijk vaak wegvalt tegen een hoop voordelen die alleen een first mover geniet:

  • Sneller ervaring opdoen betekent eerder kunnen verbeteren van werkprocessen en ondervangen van praktische problemen.
  • Als first mover wordt je eerder als kennispartner betrokken door opdrachtgevers en leveranciers.
  • De publicitaire waarde is voor een volger stukken minder dan voor de first mover.

De sector is klaar voor een gedurfd statement

Hierboven gaf ik drie reden om het eerste schaap te zijn dat over de dam komt als het gaat om inzet van elektrische werktuigen in GWW-projecten. Hoewel het meeste rendement van elektrisch werken in de GWW zich vooral in de toekomst zal uitbetalen, liggen er ook nu al grote kansen: méér geld besparen, milieuvriendelijker bezig zijn en kennis bouwen. Voor ‘first movers’ liggen de kansen vooral dáár waar (milieu-) wet- en regelgeving de inzet van zero-emissie werktuigen stimuleert. Bijvangst van het zetten van de eerste stap is het ontwikkelen van kennis en het bijdragen aan de energietransitie-opgave van overheden. Volgens mij staan de meeste seinen dan ook op groen voor een revolutie in de GWW-sector. Vindt u het lastig om die eerste stap te maken en/of kunt u hierbij mijn advies gebruiken? Neem gerust contact met mij op via frederik.oudman@rhdhv.com

Geschreven door: Frederik Oudman, met medewerking van Alex Bouthoorn, Bas Mentink en Gideon Konings op 27-06-2018

Log in om een reactie te plaatsen!


Reacties:

Er zijn nog geen reacties geplaatst.